Stu­it­be­han­del­ing vol­gens de NIMOC methode.

NIMOC is de afko­rt­ing van Non-Invasive Mobi­liza­tion of the Coc­cyx. Dit betekent een uitwendige behan­del­ing van het os coc­cy­gis (stu­itje): her­s­tel van de afwijk­ende stand van het stu­itje door een heel milde, uitwendige beweg­ing. De kort­durende mobil­isatie wordt in zit uit­gevo­erd en is bijna nooit pijn­lijk of belas­tend voor de patiënt.

Het stu­itje kan door een val op je billen of een bevalling een afwijk­ende stand aan­nemen. Dit kan kort gele­den, maar soms ook lang gele­den ontstaan zijn, waar­bij de klachten langzaam ver­erg­eren. (Wie is er als kind nu nooit een keer van de gli­jbaan of op het ijs, (te) hard op zijn billen/stuit terecht gekomen?)

Wan­neer de stand van het stu­itje meespeelt, wordt vaak gezien dat de patiën­ten niet lang kun­nen staan en/of zit­ten, maar ook pijn hebben bij het gaan staan vanuit zit. Opval­lend is ook, dat patiën­ten met bekken-, rug– of liespijn, maar ook mensen met anuskramp, sek­suele pijn­klachten of patiën­ten die moeite hebben om de urine of ont­last­ing kwijt te raken, een stand­safwijk­ing van het stu­itje kun­nen hebben. Bij behan­del­ing van de stand kan er ook bij deze klachten een ver­be­ter­ing ontstaan.

Deze NIMOC is een ‘relatief nieuwe’ behan­del­meth­ode van de (bekken)fysiotherapeut voor het behan­de­len van stu­it­pijn. De NIMOC is geen behan­del­ing op zich, maar wordt vaak gecom­bi­neerd met trig­ger­point­be­han­del­ing. Trig­ger­points zijn pun­ten of knopen in spieren die vaak heel pijn­lijk zijn. De trig­ger­points wor­den behan­deld door op deze pun­ten druk te geven, of mid­dels dry needling
(meer infor­matie over dry needling is te vin­den op onze site).
Het komt voor dat patiën­ten met ern­stige klachten, die al tien­tallen jaren aan­wezig zijn,
na de NIMOC behan­del­ing veel min­der klachten hebben of zelfs klacht­en­vrij zijn.